Weg
Snel loop ik de trap af. Ik moet even weg uit mijn huis. Ademen, weg tussen de muren die mijn eigen stukje in deze drukke stad vormen. Een sleutel is nodig om mijn huis binnen te dringen. Slechts twee mensen hebben daar toegang tot. Ikzelf en mijn huisgenote.
Als ik de deur achter me dichttrek valt er een last van mijn schouders af. Lucht, frisse lucht. Weg tussen die muren die mijn huis omlijsten. Ik draai naar links en ontwijk de blikken van de buren die contact zoeken. Een vrolijk praatje willen maken. Het is half drie ‘s nachts. Op een paar honderd meter afstand zie ik het Paleis op de Dam. Ik zet mijn ene voet resoluut voor de andere. Alles wat ik zie zijn de straatstenen. De voeten van passanten. Mijn eigen in zwarte pumps gestoken voeten en mijn zwarte pantalon.
Dan kijk ik weer omhoog, naast me zie ik het Monument op de Dam. Nu pas valt me op hoe goed alles is uitgelicht. Het Paleis blijft echter een lelijk grauw stenen gebouw. Het lijkt alsof ik weer wakker word, het licht op het monument heeft me weer wakker geschud.
Ik loop door. Voet voor voet. Stap na stap wordt gezet. Op de automatische piloot. Mensen, overal mensen. Uitgedost omdat het zaterdagnacht is. Achterop de fiets bij een vriend. Al zoenend proberen een taxi te krijgen. Vrolijk lachend aan de telefoon. Kotsend op de stoep. Bedelend om geld voor onderdak. Pissend in de gracht. Ik loop door. Ik negeer de arm die me wordt aangereikt van een wildvreemde. Ja, ik loop echt alleen verder.
Als vanzelf sta ik voor een van mijn stamkroegen. Geen rij. Ik probeer richting de bar te lopen, geef de barman mijn jas en bestel een wodka. Puur, met ijs. Hij glijdt als water naar binnen. Nog een. Een gebaar naar de barman is genoeg. Betalen komt later wel. Mensen proberen mijn plekje aan de bar te kapen. Ik wijk niet uit. Mannen proberen een praatje aan te knopen. Een hand op mijn kont wordt met een boze blik van mijn kont afgekeken. Ik en mijn wodka, alles wat ik nodig heb. Jammer dat er geen wodka met een naam zoals Jimmy of Jack is. Het zou fijn zijn om mijn beste vriend op het moment een naam te geven.
Na het betalen van de rekening en blijkbaar elf wodka’s later loop ik naar buiten. Kwart voor vijf. Elf wodka’s in hondervijf minuten en nog voel ik me nuchter. Een bekende loopt op me af en ik babbel het verplichte babbeltje. Ja, het gaat goed. Nee, ik ga nu naar huis. Ja, op het werk gaat ook alles zijn gangetje. Nee, ik heb geen zin om met mensen bij jou thuis door te gaan. Ja, ik ga echt naar huis.
Ik loop en zie een van mijn vaste taxichaffeurs die me naar huis brengt. Ik wil niet meer lopen. Ik wil naar huis. Ik wil naar thuis.

18 October 2006 at 15:05
Oef… wat verdrietig…
18 October 2006 at 15:59
Ben over het algemeen gewoon gelukkig gelukkig.
18 October 2006 at 16:18
gelukkig maar
20 October 2006 at 22:00
Caaaaaeeeeeeeeeer!! Hoe is het meisje??
KUS
24 October 2006 at 15:25
Uhm…..weet niet wat ik er van moet denken. Eerst maanden stilte en dan nu dit……???? Gaat het wel goed met je?
24 October 2006 at 23:41
Klinkt als een heftig avondje… Goed thuisgekomen nog joh?
7 November 2006 at 22:27
‘Ik wil naar huis. Ik wil naar thuis.’
Hoort op zich op hetzelfde adres te zijn. Vier muren waar je je niet noodzakelijk thuis voelt? Thuis is waar je hart is…
Reis ik achter …
9 November 2006 at 10:33
Welcome back, ook is je her-entree met een amsterdamse taxichauffeur (“Dam, near the damrak, Bijenkorf? No I dont know?”)
10 November 2006 at 00:34
Welkom terug meissie… Ik moet eigenlijk nog weer eens langs komen.
10 November 2006 at 00:35
Oepsie, spelfoutje verbeterd… (proVincie-jongen)
15 November 2006 at 15:03
Zeg Ilse,… wanneer worden die fantasieverhaaltjes nou in boekvorm uitgebracht?
12 January 2007 at 13:40
Mooi geschreven!
28 January 2007 at 17:54
Nog gefeliciteerd met je verjaardag wijffie
8 June 2007 at 22:20
Voor het eerst in tijden kom ik hier weer eens en ik tref algehele stilte. Wazzup?
30 June 2007 at 20:21
Mooi geschreven. Het weggaan en terugkeren van huis.