Er zit een kat vast in zijn huis, opgesloten. Dat heb ik trouwens gedaan. Toen ik, nadat hij net weg was, netjes een sigaret op zijn balkon ging roken glipte het witte beest met zwarte vlekken zomaar zijn huis in. Nu ik er over nadenk is het eigenlijk net een kat met een dalmatixebrsyndroom. Natuurlijk liet ik meteen mijn sigaret in de steek en ging ik het beestje achterna waarop het beest de trap meteen afliep en naar zijn werkkamer ging.
In zijn werkkamer aangekomen kon ik het beest niet meer vinden. Toen ik op handen en voeten ging kruipen zag ik het zitten. Daar, precies achter het onderstel van een tafel waar weer een tv tegenaan staat geparkeerd en daarachter weer een glasplaat. Precies daar waar ik er onmogelijk bij kon komen. Ik besloot een douche te nemen en de deur dan maar gewoon open te laten staan zodat het beest weer naar buiten zou gaan.
Fout gedacht, niet dat het beest niet naar buiten kon lopen maar het beest vond het een hele fijne plek. Het beest vond de plek tegen de verwarming zo fijn dat hij zelfs de ardennerpate die ik het aanbood zonder te mauwen afsloeg. Alle troep die er stond zag er ook niet uit alsof ik het zou kunnen verplaatsen.
Tijd voor een kopje oploscappucino, geen echte koffie want hij drinkt alleen maar thee. Niet dat er iets mis is met thee maar als ik net wakker ben heb ik koffie nodig, en als ik na moet denken ook. In deze situatie was ik en net wakker en moest ik nadenken. Van die oplosbare poeder die ze cappucino durven te noemen ging mijn gemoedstoestand er dus niet met sprongen op vooruit.
Water werd gekookt voor de oplosbare poeder die na het bijschenken van gekookt water voor cappucino door moest gaan en ik kroop achter zijn pc. Na braaf rond te hebben gesurfd besloot ik stiekem te gaan loggen en vooral al mijn sporen uit te wissen. Maar het beest ging nog niet weg. Een uur later ging het beest nog niet weg. En nog een uur later ging het beest nog niet weg. Alle herhaalde pogingen die ik in al die uren had ondernomen tijdens mijn rsi-pauzes waren grandioos mislukt. Misschien had ik gisteren niet zo poeslief tegen hem moeten doen over Parijs, misschien voelde het beest zich daarom wel zo welkom in zijn huis en had het de avond, nacht en ochtend al zitten wachten tot ik eindelijk ging roken zodat het naar binnen kon glippen.
Rond een uur of vijf, ongeveer vierenhalf uur later, besloot ik dat het lang genoeg had geduurd. Tijd voor harde actie. De oplosbare poeder die na het bijschenken van gekookt water voor capuccino door moet gaan was op. Ik bevond me al uren in zijn huis zonder dat hij er was, al vindt hij dat niet erg. Zo wel, het is voor een goed doel geweest. Ik had al meerdere rondsnuffellen in zijn spullen aanvallen onderdrukt. En omdat het best normaal is dat je na drie weken nog geen huissleutels verpakt in zo’n mooi doosje van de juwelier hebt ontvangen, voelde ik me ook nog eens opgesloten. Eenmaal de deur achter me dicht kon ik ook niet meer terug, dus even winkelen zat er de hele middag ook al niet in terwijl ik de vorige keren toch best leuke winkeltjes in dat Bussum had gespot.
De balkondeur open laten staan was geen optie, morgenavond komt hij pas terug en ik wou het de inbrekers niet te makkelijk maken. Ik besloot maar eens te gaan, hij en de kat konden het bekijken. Een bakje water werd neergezet, een schaaltje met pate en een gexefmproviseerde kattenbak gecreabeaat van oude doos met krantensnippers.
Een zoektocht naar kleding door zijn huis om op te bergen deed me beslissen dat ik nodig eens met hem moest gaan winkelen. Twee pogingen had ik al ondernomen om hem te bellen maar zijn telefoon stond uit, en ook nu stond hij weer uit. Een briefje werd geschreven waarop ik over de kat met dalmatixebrsyndroom schreef maar niet over het feit dat we even moesten gaan winkelen. Hij zou met dit briefje al genoeg te verduren krijgen, mocht hij nog geen last hebben van ontstoken ogen en ernstige verkoudheid. Hij is namelijk allergisch voor katten.
